Lessen uit het boek The Crash and Its Aftermath
Uit de Wolftrader nieuwsbrief:
In 1985 schreef Barry Wigmore een boek dat als titel droeg: The Crash and Its Aftermath: a History of Securities Markets in the United States, 1929-1933.
Deze studie gaat over 142 bedrijven die zo wat 77% van de marktkapitalisatie van alle toenmalig genoteerde Amerikaanse aandelen uitmaakten.
Verre van te zeggen dat we met een doorslagje van de crisis van 80 jaar geleden te maken hebben, kunnen er een aantal interessante parallellen getrokken worden.
Vermits nu nog een aantal bladzijden van de berenmarkt geschreven moeten worden, is het interessant om een aantal fenomenen van toen te bekijken.
Bepaalde economische wetmatigheden lijken steeds terug te komen. Juist in een tijd waarin wij geloven dat er Harry Potter oplossingen bestaan voor elk probleem.
Het mooie is dat deze terugkerende wetmatigheden aangeven wat de waarde van pers en media is ...
In 1930 maakten aandelen bijna de helft van de verliezen goed van 1929 in een grote rally. In april van dat jaar was de Dow met 48% gestegen gemeten vanuit zijn diepste punt in 1929. Let wel: als je 50% daalt – van 100 naar 50 – en je stijgt vervolgens 50% geraak je niet verder dan 75%.
In de eerste maanden van 1930 was er veel optimisme in de markten en veel beleggers keerden terug naar de beurzen om vervolgens helemaal van de kaart te worden geveegd in de daling die toen volgde. Het Slimme Geld was daar het grootste slachtoffer van.
Te leren les één: de post-crash rally moet waarschijnlijk nog komen. We hebben een klim van 20% gehad en vallen nu terug, maar waarschijnlijk komt er nog een grotere rally. Dit is een steeds terugkerend patroon – niet alleen in 1929. Maar deze rally betekent niet dat de moeilijkheden voorbij zijn. Dus wie instapt, moet selectief te werk gaan. Geduld is een schone deugd.
Sommige aandelen zullen het beter doen dan anderen. Toen – in 1929 - waren goudmijnen en tabaksaandelen de grootste stijgers. De Amerikaanse regering devalueerde de dollar en de goudmijnen klommen. Homestake bijvoorbeeld zag zijn winsten met 37% toenemen tussen 1929 en 1933. Ook chemieaandelen – toen relatief nieuw- presteerden behootrlijk goed.
Te leren les twee: bedrijven met een sterke positie in hun markt en met een stevige balans (weinig schulden en veel cash) presteerden relatief goed tijdens de periode van 1929-1933.
Ons valt op dat terwijl nu alle grondstoffenprijzen fel terugvielen, er toch nog bepaalde sectoren zijn waar de prijs stevig overeind blijft.
Wigmore geeft talrijke voorbeelden van gelijkaardige bedrijven in dezelfde sector die toch heel verschillende resultaten boekten. General Electric bleef winst maken terwijl Westinghouse gedurende drie jaar geld verloor. JC Penney verdiende twee keer zo veel als Sears. Het is een lange lijst.
Te leren les drie: de echte managers zullen zich opnieuw profileren. Mensen die hun product en markten kennen, zullen door de markt opnieuw beloond worden. Nu nog niet. Nu bepalen computers het beurscasino en wordt met fundamentele waarden geen rekening gehouden. Maar de kans is groot dat dit in de toekomst anders wordt.
Wigmore toont aan dat de grootste opportuniteiten weggelegd waren voor aandelen die het meest onderuit gegaan waren. Weinige bedrijven gingen echt bankroet. Het echte beursherstel diende zich aan in 1933 en vele aandelen verdriedubbelden of verviervoudigden zelfs. Maar de grootste comebacks waren weggelegd voor die aandelen die het meest afgestraft waren.
Te leren les vier: de grootste verliezers kunnen de grootste winnaars worden. Maar voorzichtig. Het is noodzakelijk om een business te hebben die deze comeback kan maken. Vele aandelen, die verdampten in 2008, bestaan niet langer: Lehman, Washington Mutual en andere.
Het gaat hier om aandelen wiens activiteiten nog steeds intact zijn.
De slechtst presterende aandelen, toen, waren bankaandelen. Gevolgd door holdings die hefboomtechnieken gebruikten en nutsbedrijven met grote schulden. De beste belegging lijken die aandelen die deze technieken niet gebruiken en weinig schulden hebben.
Te leren les vijf: vermijdt bankaandelen op dit ogenblik en beschouw hefboomtechnieken als een plaag.
Luxeaandelen presteerden pover. In die tijd waren dat Warner Bros, RCA, Paramount en RKO. In 1933 stonden zij nog steeds op 20% van hun top uit 1929.
Te leren les zes: beleg niet in aandelen die dingen verkopen die mensen niet nodig hebben in tijden van crisis.
De waarde van bedrijven kwamen naar beneden. Dat is geen verrassing en lijkt logisch. Alleen de mate waarin deze bedrijfswaarderingen teruggeschroefd werden, doet de wenkbrauwen fronsen.
1929 1932
Koers-winst ratio 30 10
Koers-boekwaarde ratio 4.2 0.49
Return op eigen vermogen 16.5% 8.4%
Dividend rendement 3.0% 12.5%
Aantal dividend uitkerende aandelen 134 88
Het is interessant om te zien dat de duurste aandelen in 1929, het ook heel moeilijk hadden om later terrein terug te winnen
Te leren les zeven: voor ieder die op langere termijn belegt, is het nodig om opnieuw naar de achterliggende waarden te kijken. Fundamentele waarden gaan opnieuw een rol spelen eens deze hele toestand achter de rug is.
Waarin lijkt de crisis van 1929 op deze van 2009? De economie kromp toen en nu. En de dynamische factoren die aan de basis van deze verschrompeling liggen zijn dezelfde. Dus verondersteld mag worden dat de werking en de gevolgen ervan ook in grote trekken dezelfde zullen zijn. Ook al ziet de wereld er nu helemaal anders uit. En het advies dat wij geven – terwijl wij de hete as van 2008 opruimen – om als belegger te overleven, is niet nieuw of anders dan voor alle andere depressies
In 1985 schreef Barry Wigmore een boek dat als titel droeg: The Crash and Its Aftermath: a History of Securities Markets in the United States, 1929-1933.
Deze studie gaat over 142 bedrijven die zo wat 77% van de marktkapitalisatie van alle toenmalig genoteerde Amerikaanse aandelen uitmaakten.
Verre van te zeggen dat we met een doorslagje van de crisis van 80 jaar geleden te maken hebben, kunnen er een aantal interessante parallellen getrokken worden.
Vermits nu nog een aantal bladzijden van de berenmarkt geschreven moeten worden, is het interessant om een aantal fenomenen van toen te bekijken.
Bepaalde economische wetmatigheden lijken steeds terug te komen. Juist in een tijd waarin wij geloven dat er Harry Potter oplossingen bestaan voor elk probleem.
Het mooie is dat deze terugkerende wetmatigheden aangeven wat de waarde van pers en media is ...
In 1930 maakten aandelen bijna de helft van de verliezen goed van 1929 in een grote rally. In april van dat jaar was de Dow met 48% gestegen gemeten vanuit zijn diepste punt in 1929. Let wel: als je 50% daalt – van 100 naar 50 – en je stijgt vervolgens 50% geraak je niet verder dan 75%.
In de eerste maanden van 1930 was er veel optimisme in de markten en veel beleggers keerden terug naar de beurzen om vervolgens helemaal van de kaart te worden geveegd in de daling die toen volgde. Het Slimme Geld was daar het grootste slachtoffer van.
Te leren les één: de post-crash rally moet waarschijnlijk nog komen. We hebben een klim van 20% gehad en vallen nu terug, maar waarschijnlijk komt er nog een grotere rally. Dit is een steeds terugkerend patroon – niet alleen in 1929. Maar deze rally betekent niet dat de moeilijkheden voorbij zijn. Dus wie instapt, moet selectief te werk gaan. Geduld is een schone deugd.
Sommige aandelen zullen het beter doen dan anderen. Toen – in 1929 - waren goudmijnen en tabaksaandelen de grootste stijgers. De Amerikaanse regering devalueerde de dollar en de goudmijnen klommen. Homestake bijvoorbeeld zag zijn winsten met 37% toenemen tussen 1929 en 1933. Ook chemieaandelen – toen relatief nieuw- presteerden behootrlijk goed.
Te leren les twee: bedrijven met een sterke positie in hun markt en met een stevige balans (weinig schulden en veel cash) presteerden relatief goed tijdens de periode van 1929-1933.
Ons valt op dat terwijl nu alle grondstoffenprijzen fel terugvielen, er toch nog bepaalde sectoren zijn waar de prijs stevig overeind blijft.
Wigmore geeft talrijke voorbeelden van gelijkaardige bedrijven in dezelfde sector die toch heel verschillende resultaten boekten. General Electric bleef winst maken terwijl Westinghouse gedurende drie jaar geld verloor. JC Penney verdiende twee keer zo veel als Sears. Het is een lange lijst.
Te leren les drie: de echte managers zullen zich opnieuw profileren. Mensen die hun product en markten kennen, zullen door de markt opnieuw beloond worden. Nu nog niet. Nu bepalen computers het beurscasino en wordt met fundamentele waarden geen rekening gehouden. Maar de kans is groot dat dit in de toekomst anders wordt.
Wigmore toont aan dat de grootste opportuniteiten weggelegd waren voor aandelen die het meest onderuit gegaan waren. Weinige bedrijven gingen echt bankroet. Het echte beursherstel diende zich aan in 1933 en vele aandelen verdriedubbelden of verviervoudigden zelfs. Maar de grootste comebacks waren weggelegd voor die aandelen die het meest afgestraft waren.
Te leren les vier: de grootste verliezers kunnen de grootste winnaars worden. Maar voorzichtig. Het is noodzakelijk om een business te hebben die deze comeback kan maken. Vele aandelen, die verdampten in 2008, bestaan niet langer: Lehman, Washington Mutual en andere.
Het gaat hier om aandelen wiens activiteiten nog steeds intact zijn.
De slechtst presterende aandelen, toen, waren bankaandelen. Gevolgd door holdings die hefboomtechnieken gebruikten en nutsbedrijven met grote schulden. De beste belegging lijken die aandelen die deze technieken niet gebruiken en weinig schulden hebben.
Te leren les vijf: vermijdt bankaandelen op dit ogenblik en beschouw hefboomtechnieken als een plaag.
Luxeaandelen presteerden pover. In die tijd waren dat Warner Bros, RCA, Paramount en RKO. In 1933 stonden zij nog steeds op 20% van hun top uit 1929.
Te leren les zes: beleg niet in aandelen die dingen verkopen die mensen niet nodig hebben in tijden van crisis.
De waarde van bedrijven kwamen naar beneden. Dat is geen verrassing en lijkt logisch. Alleen de mate waarin deze bedrijfswaarderingen teruggeschroefd werden, doet de wenkbrauwen fronsen.
1929 1932
Koers-winst ratio 30 10
Koers-boekwaarde ratio 4.2 0.49
Return op eigen vermogen 16.5% 8.4%
Dividend rendement 3.0% 12.5%
Aantal dividend uitkerende aandelen 134 88
Het is interessant om te zien dat de duurste aandelen in 1929, het ook heel moeilijk hadden om later terrein terug te winnen
Te leren les zeven: voor ieder die op langere termijn belegt, is het nodig om opnieuw naar de achterliggende waarden te kijken. Fundamentele waarden gaan opnieuw een rol spelen eens deze hele toestand achter de rug is.
Waarin lijkt de crisis van 1929 op deze van 2009? De economie kromp toen en nu. En de dynamische factoren die aan de basis van deze verschrompeling liggen zijn dezelfde. Dus verondersteld mag worden dat de werking en de gevolgen ervan ook in grote trekken dezelfde zullen zijn. Ook al ziet de wereld er nu helemaal anders uit. En het advies dat wij geven – terwijl wij de hete as van 2008 opruimen – om als belegger te overleven, is niet nieuw of anders dan voor alle andere depressies
0 Comments:
Een reactie posten
<< Home